Alles voor de taal en alleen maar voor de taal


De blog van De Standaard “En nu even Elders” waar ik regelmatig aan bijdraag, wordt gevuld door expats. Vlamingen die waarom dan ook ooit de beslissing namen hun leven buiten Vlaanderen te leven. Sommigen zijn een bijzonder iemand gevolgd, anderen zijn van een niet zo bijzonder iemand weggevlucht, nog anderen hadden geen keuze, de meesten doen er hun godverdomse alles voor om er in hun nieuwe land het beste van te maken.

Of hun nieuwe taal nu Grieks dan wel Engels is, hatelijk Duits of tergend moeizaam Chinees, Pools of Noors, zij die kinderen hebben uit een gemengd huwelijk hebben de absolute drang het Vlaams in hun kinderen te doen verder leven. Dit is een uitermate ongelijke strijd, vooral als de partner de nationaliteit heeft van het land waarnaar werd uitgeweken.

Een Vlaming die met een Oostenrijkse vrouw twee kinderen heeft en in Wenen woont, loopt dagelijks op de tippen van zijn tenen om dat Vlaams levendig te houden. Hij wil ervoor zorgen dat zijn kroost, als die dan af en toe het thuisland bezoekt, minstens verstaat wat de achtergebleven familie vertelt. Hij wil er vooral voor zorgen dat hij niet volledig gek wordt en toch minstens iemand heeft waarmee hij in zijn eigen taal kan communiceren, als is dat dan dan een kind van vier. Dat de Oostenrijkers het dan moeilijk hebben met het feit dat de vader met zijn kinderen uitsluitend Vlaams praat is hun probleem, daar ben ik ondertussen al overheen. Asociaal is het wel, vooral als er andere kinderen op bezoek zijn die dan hulpeloos luisteren naar een vader-dochter conversatie die ze niet begrijpen. Maar dat is mijn recht, capituleren is geen optie.


Er zijn van die momenten in het leven waar je beseft dat er iets bijzonders gebeurt zonder te kunnen definiëren wat precies. Ik heb een maand nodig gehad om het te begrijpen, en het heeft alles met Amaryllis te maken.




Toen ik met mijn
gezin tijdens de jongste Gentse Feesten de kindervoorstelling "Het prinsesje en de beer" bezocht moet het gebeurd zijn. We zaten redelijk vooraan, mijn dochtertje wat onwennig want alle kinderen rond haar spraken iets wat veel gemeen had met de taal die ze met haar vader sprak, maar dan soms ook weer niet. Komt daar een echte prinses op het podium die de hele zaal meer dan een uur in het mooiste Vlaams dat ik ooit heb gehoord in betovering brengt. Niets te maken met kitscherige Lillifee of Hello Kitty, dit was pure magie, en in een taal waarop ook ik jaloers was.

Als ik Oostenrijkers voor de zoveelste maal moet uitleggen dat  de "Belgische taal" niet bestaat en het Oostenrijks waarschijnlijk meer van het "Hoog" Duits afwijkt dan het Vlaams van het Nederlands, doen ze alsof ze begrijpen waarover ik het heb.

Vlamingen in de Wereld schat het aantal Vlaamse gezinnen in het buitenland zeer ruw op ruim 7.500. Stel die hebben, naar goede Vlaamse gewoonte minstens twee kinderen, en laat ons voor het gemak aannemen dat die allemaal tussen 1 en 12 jaar oud zijn, het gaat hier tenslotte om een principe niet om statistieken. Dat zijn vijftienduizend Vlaamse kinderen die Amaryllis en haar perfect Vlaams moeten missen.

Prinsesje, ik weet dat je het druk hebt. En we hebben jouw CD voor bijna geen geld na de voorstelling  in juli al gekocht. Mogen we de hele voorstelling ook op DVD van je kopen, zodat we in het buitenland tegenwerk kunnen geven aan alle kitsch en commerciële uitspattingen die het scherm afdruipen in een taal die niet de onze is?

Zo, en ik hoop dat ik neutraal genoeg was zodat niemand de indruk krijgt dat ook ik me wat meer Amaryllis wens. Alles voor de taal, weet je, alles voor de taal.

Roel Verschueren, Wenen 16 augustus 2009