Het nieuwe ‘Centrum voor Arbitrage seksueel misbruik in de katholieke kerk’ is sinds 1 februari 2012 van start. De eerste bevindingen.


"Het Centrum had in een andere samenstelling van het wetenschappelijk comité kunnen vermijden als afkoper van schuldig verzuim waargenomen te worden, maar deed dit niet. Een voorlopig gemiste kans." Een gesprek met een erkend bemiddelaar en het relaas van een slachtoffer.


Ludwig is een erkend familiaal bemiddelaar en stelde zich kandidaat bij het nieuwe Centrum voor Arbitrage inzake Seksueel Misbruik (naam bekend maar veranderd op vraag van de betrokkene). Dit centrum is er gekomen nadat de Bijzondere Parlementaire Commissie Seksueel Misbruik haar adviezen had geformuleerd en de bisschoppenconferentie aankondigde met zo’n centrum te willen samenwerken voor alle gevallen van seksueel misbruik die verjaard zijn. Ludwig trok echter zijn kandidatuur opnieuw in, nog voor de Commissie erover beslist had.


Dat was een snelle beslissing. Waarom bent u er niet mee doorgegaan?

“Die beslissing was noch snel, noch ondoordacht. Ik heb mijn kandidatuur als arbiter bij het centrum voor arbitrage ingetrokken omdat ik na grondiger lectuur van het reglement en de artikelen omtrent arbitrage de aangeboden oplossing niet fair vind naar de slachtoffers toe. In die mate zelfs dat het beoogde herstel wordt tegengewerkt. Bovendien zijn er een paar punten die mij niet heel duidelijk zijn en die mijns inziens aanleiding kunnen geven tot verwarring, frustratie en misschien zelfs tot misleiding.”


Waarom zou de oplossing herstel kunnen tegenwerken?

“Herstel is naar mijn ervaring enkel mogelijk als er gelijkwaardigheid, transparantie en duidelijkheid is tussen de betrokken partijen. Ik vind de oplossing niet fair ten aanzien van de slachtoffers omdat het centrum volledig gestuurd wordt door het wetenschappelijk comité (art. 3) waarin - naast de afgevaardigden van de opvolgingscommissie - ook twee afgevaardigden van bisschoppen en religieuze oversten zitten. En er zijn bovendien geen afgevaardigden van de slachtoffers voorzien.”


Wat is volgens u een mogelijke oplossing voor dit probleem?

“Een oplossing zou kunnen zijn dat de twee personen aangeduid door de kerkelijke en religieuze oversten vervangen worden door personen aangeduid door de opvolgingscommissie. Of dat er twee personen toegevoegd worden die aangeduid worden door de slachtoffers. Deze gelijkwaardigheid tussen Kerk en slachtoffers vind ik elementair voor de onpartijdige werking van het centrum en essentieel voor het welgevoel van alle partijen. Maar er is meer. Ik vind de oplossing bovendien niet fair ten aanzien van slachtoffers die zich pas na 31/10/2012 bewust worden van hun problematiek. Deze deadline is storend in het proces waarbij iedereen ondertussen weet dat elk slachtoffer zijn eigen tempo moet krijgen om dit proces te doorlopen. Als oplossing hiervoor zou het centrum haar taak na 31/10/2012 kunnen overdragen naar een permanent scheidsgerecht.”


Maar dat zijn niet uw enige bezwaren.

“Inderdaad. Volgens artikel 5 uit het arbitragereglement blijkt dat het dossier dat wordt ingediend door een slachtoffer moet verjaard zijn én er mag geen hangende burgerlijke procedure meer lopen. Is dit laatste wel nog het geval, wordt het slachtoffer verplicht zich uit deze procedure terug te trekken. Dit roept bij mij onzekerheid op als ik denk aan de belangen van het slachtoffer. Temeer daar er ook gesteld wordt dat er na een uitspraak in arbitrage geen beroepsmogelijkheid meer bestaat om de uitspraak van de arbitrage te betwisten. Het slachtoffer is mijns inziens nu verplicht om of definitief afstand te doen van een hangende rechtszaak of om die op te schorten tot de arbitrage haar bindend advies heeft uitgesproken. Het slachtoffer voor deze keuze plaatsen is naar mijn ervaring tegen de basisregels van herstel. Het is al meer dan voldoende dat de realiteit de slachtoffers voor keuzen stelt, een ‘oplosser’ moet daar niet nog een schepje bovenop doen. Eenvoudiger zou zijn dat indien de uitspraak van de arbitrage bevredigend is voor alle partijen, alsnog nog een dading (afsluitende overeenkomst)  wordt opgesteld zodat de partijen zeker zijn dat de hangende procedures inderdaad niet kunnen heropgestart worden maar geannuleerd worden. En tenslotte zou hoger beroep altijd mogelijk moeten kunnen zijn. Dat is in de rechtstaat zo, dat zou bij de uitspraak van het centrum voor arbitrage ook zo moeten zijn. In de Belgische context vermoed ik dat het grondwettelijk hof zich kan uitspreken op basis van de gelijkheidsbeginsels. Of misschien is het Europese hof van de Rechten van de Mens bevoegd. Een oplossing zie ik niet. Ik ben geen jurist.”


Ludwig wil geen advies geven aan slachtoffers over wat hen te doen staat. Elke betrokken overlever moet voor zichzelf bepalen hoe hij verder wilt. Maar stel dat hij zelf slachtoffer was, welke beslissing zou hij dan nemen?

“Was ik slachtoffer en ervaar ik onzekerheid om mijn aanvraag in te dienen dan zou ik wachten tot een paar van de organisaties van slachtoffers het reglement meer op de juridische aspecten nagekeken hebben, vooral dan met betrekking tot artikelen 5.1 en 5.2. van het arbitragereglement, en tot hoger vermelde euvels weggewerkt zijn. Ook een raadsman kan in deze zeker helpen. Mocht ik als slachtoffer niet wensen te wachten voor welk motief ook, dan zou ik mijn aanvraag, het te verwachten traject en de akte van opdracht toch voorafgaandelijk voorleggen aan een raadsman.”

Ludwig heeft de voorbije weken zijn bezwaren ook aan het Centrum voor Arbitrage toegestuurd. Voorlopig zonder antwoord.


Ondertussen was Linda Opdebeeck, voorzitster van de 'Werkgroep Mensenrechten in de Kerk', een van de eerste slachtoffers van seksueel misbruik in de kerk die haar dossier heeft ingediend bij de arbitragecomissie. Ze kreeg het nummer NO2-0001, waarvoor "N" voor Nederlands staat, "2" voor februari, en het volgegetal spreekt voor zich. Een maand later kreeg ze volgend bericht:


Mevrouw Opdebeeck,

de procedure voor het Centrum voor arbitrage verloopt in meerdere stappen:

(1) U dient een aanvraag in

(2) de verweerder heeft 45 werkdagen om te reageren

(2bis) u krijgt dit antwoord

(3) de aanvraag wordt behandeld door de Permanente Arbitragekamer

(4) indien de aanvraag ontvankelijk is en afhankelijk van de inhoud van uw aanvraag, worden de partijen uitgenodigd om elk een arbiter te kiezen

u kiest 1 arbiter, de verweerder kiest een 2de arbiter, de twee arbiters kiezen de derde arbiter

(5) de arbitrage start: (a) het slachtoffer (b) de verweerder (c) de 3 arbiters

Op dit moment bevindt uw aanvraag zich in faze twee.

Met vriendelijk groet

Philip Verhoeven

juridisch secretariaat Centrum voor arbitrage

02 5490370


We schreven De heer Philip Verhoeven van de Arbitragecommissie diezelfde dag volgende e-mail:


"Ik weet niet in hoeverre u ervaring heeft met slachtoffers, maar vanuit mijn ervaring is de volgende formulering meer gepast:"

------------------ 


Geachte Mevrouw Opdebeeck,

Beste Linda,


Hartelijk dank voor het insturen van uw dossier. Wij willen ervoor zorgen dat uw aangifte snel, correct, vlot en eerlijk wordt behandeld. We begrijpen ook dat u alternatieve wegen had kunnen bewandelen, dat u zich tot ons richt is voor ons belangrijk.


De arbitragecommissie heeft een duidelijke procedure die we u graag stap voor stap uitleggen. Dat in deze procedure bepaalde tijdsaspecten en de beschikbaarheid van mensen die zich voor uw zaak willen inzetten van invloed zijn, is voor ons allen duidelijk. We hopen dat we deze moeilijke weg samen kunnen gaan.


Er zijn vijf stappen die we samen graag met u willen doorlopen, de eerste stap heeft u reeds gezet: het indienen van uw aanvraag.

Nogmaals dank daarvoor.

Na het indienen van uw aanvraag volgt een periode van 45 dagen (maximum) waarin de verweerder (dader indien nog in leven, of kerkelijke overste van de overleden dader) kan reageren (fase 2). Deze anderhalve maand kan ook korter zijn, afhankelijk van de snelheid waarmee de 'verweerder' reageert, maar zeker niet langer. We bedanken u nu al voor uw geduld.


De derde stap is deze waarin de Permanente Arbitragekamer uw aanvraag tot arbitrage behandelt. Deze Permanente Arbitragekamer beslist dan of uw aanvraag ontvankelijk is. In functie van de inhoud van uw aanvraag worden alle partijen uitgenodigd tot het kiezen van een arbiter. Deze procedure is eenvoudig: u kiest zelf een arbiter, de tegenpartij kiest van haar zijde haar eigen arbiter, en beide arbiters kiezen gezamenlijk een derde arbiter.


Vervolgens start de arbitrage: deze verloopt in samenspraak met het slachtoffer, de verweerder en de drie arbiters.


We willen u vandaag melden dat uw dossier zich momenteel in de tweede fase bevindt.


We hopen samen met u tot een bevredigend resultaat te komen waarbij aan uw grieven en geleden leed op de door u gewenste manier wordt tegemoetgekomen. We hopen dat u begrijpt en aanvaardt dat we alles in het werk stellen om samen tot een gepaste oplossing te komen.


We zijn samen op de goede weg, we komen samen tot een oplossing.

---------------------


In de hoop de arbitragecommissie van dienst geweest te zijn,


Roel Verschueren

Arbitragecommissie seksueel misbruik in de kerk:

een tussenstand.


14 april, 2012 • Roel Verschueren


© Yann Bertrand