Een ignost gaat Evangelisch



Nog een jaar dacht ik te hebben. Nog tot september 2010, vooraleer de dagindeling volledig wordt omgegooid. Nog een jaartje, waarin het niet zo belangrijk is wanneer de kinderen opstaan, hoe veel tijd ze zichzelf willen geven om zich klaar te maken, wassen, tandenpoetsen, kleren aan, schoenen beslissen, keuze van troeteldier dat hen door de dag begeleidt. Onbelangrijk hoe veel tijd ik nodig heb om de afstand tussen vadertuin en kindertuin te overbruggen.

Goed fout. De dochter van vijf gaat één dag in de week naar de “Vorschule”. Ze kan elke donderdag, een jaar lang, een voorsmaakje krijgen van wat haar te wachten staat in de eerste klas, met wie ze in die klas zal zitten en hoe de school haar zal opslokken en van ons overnemen. Het is een typisch Duits en Oostenrijks erg verouderd systeem, ik begin te vermoeden om de scholen de kans te geven te sorteren. Donderdag is voortaan, en dit een jaar lang, verdomderdag.

Ik ben ignost, en dus per definitie nogal kritisch als het om de keuze van de school van mijn dochter gaat. De instelling waar ze de volgende lange jaren van haar leven moet slijten in de hoop dat ze het ook nog wat prettig vindt. In Wenen moet je de kinderen minstens twee jaar voor ze schoolrijp zijn (zes) aanmelden bij een of andere school om een plaatsje te krijgen. Deadline is deadline, je houdt beter je planning in het oog en begint vroeg genoeg.

Ik ben ignost, en onze keuze viel op de Evangelische school om de hoek, kwestie van eens iets anders te doen dan bij mijn oudste kinderen in België die nonnen,- en priesterscholen hebben bezocht. Vooral een beslissing gebaseerd op praktische overwegingen, ik ben wel zeker, de praktische overwegingen hebben me onderuit gehaald.

Om de hoek!
Karlsplatz. Want de school begint om acht uur ’s morgens. Kan je nagaan wanneer we aan de slag moeten om dat voor mekaar te krijgen.

Voor de dochter in de school werd toegelaten werd ze aan een korte collectieve milde test onderworpen die de directie zou helpen bij de beslissing: blijven of niet. De test was leuk opgesteld, had te maken met schoolrijpheid, tekenvaardigheid en andere pedagogisch – hopelijk - verantwoorde oefeningen, en is voor mijn dochter goed verlopen. Septemberkinderen zijn overal ter wereld koorddansers… zijn ze rijp of niet, alsof een oktoberkind dat per definitie is.


Een van de dingen die haar werden gevraagd om te tekenen was een kerk.

Mijn ingebouwde alarmbel ging af toen ik het hoorde, maar ik kwam snel tot rust. Wij hadden immers voor de Evangelische school beslist, dus wat aanpassing is aan de orde. De beslissing  is gebaseerd op praktische overwegingen, en vooral een indruk over de lerares die over mijn spruit zal waken. Een gewoonweg schitterende voorschoolse donderdagpedagoge, ik moet haar ooit maar eens vragen wat haar geloofsovertuiging is. In Oostenrijk heb je een leraar of lerares vanaf het eerste studiejaar vier jaar lang aan je been. Ik ken de drie mogelijke onderwijzeressen waarbij ze binnen een jaar kan terecht komen. Het zijn stuk voor stuk prachtmensen, een beetje geluk moet je natuurlijk in deze materie hebben. Stel je voor dat het anders zou zijn, dan kom je als ouder niet meer aan nachtrust toe.

Ik besef plots mijn nieuwe rol, of liever, de rol die ik niet nieuw, maar op-nieuw zal moeten spelen. Ik toonde mijn dochter de alternatieven vanmiddag. Want ze had voor mij even goed een moskee, een synagoge, een bos of alleen maar lucht mogen tekenen. Uiteindelijk zal ze zelf beslissen, ooit, zoals zovele voor haar. Maar ik ben er klaar voor. Tegenwind is belangrijk, context kan ik geven, en alternatieven zijn meer dan voorradig.

Tolerantie heeft voor een niet-confessioneel nog altijd een wat bredere betekenis dan voor anderen. De hoop is groot dat dit ergens wederzijds zal zijn.

Roel Verschueren, Wenen 8 oktober 2009