Geduld heeft soms ook voordelen


Het toeval wil (of is het geen toeval?) dat mijn oudste dochter net voor het weekend een mijmering blogde over geduld. Eerder over het geduld dat ze niet heeft. Ik had het zelf kunnen schrijven.

Toen mijn levenspartner me voor een paar weken vroeg wat voor mij persoonlijk de opmerkelijkste veranderingen zijn die ik ervaar bij het ouder worden, moest ik niet lang nadenken. Er ligt veertien jaar tussen ons en een bijna niet te overbruggen verschil in hoe we met (nutteloos) lawaai en geduld (nutteloos wachten) omgaan. Ik vind lawaai altijd nutteloos en wachten immer een hel. Dat zou kunnen liggen aan het feit dat ik geen lawaai maak en ik niemand anders op mij laat wachten.


Als in Wenen iemand zijn wagen onrechtmatig voor jouw garagepoort parkeert, dan heb je vooral geduld nodig. Een half uur voor de politie komt, anderhalf uur voor de takelwagen komt. Dan kan je natuurlijk de kinderen niet laten wachten die dringend naar een verjaardagsfeestje willen, een klein half uur buiten de stad. Dan bel je een taxi met twee kinderzitjes, en stuur je hen met hun mama vooruit. Vijfentwintig Euro met recht op frustratie. Ik zal wel wachten. Dan vermijd ik nog eens vijfentwintig Euro voor de terugrit, de prijs van een kinderfeestje heeft immers zo zijn grenzen.

Wat om drie uur ook voor mij moest beginnen als een aangename namiddag, begon om half zes, toen eindelijk mijn auto uit de garage kon en ik de rest van het gezin buiten de stad kon vervoegen.

Zo veel geduld heb ik zelden opgebracht. Ik heb trouwens nog nooit een wagen laten wegslepen waar een papiertje met telefoonnummer voor de vooruit lag. Mijn langzaam opgekropte ergernis gleed zachtjes weg, vooral toen ik de foutief geparkeerde auto eindelijk op die grote vrachtwagen zag staan in de wetenschap dat het de eigenaar een veelvoud van de taxirit zou kosten. In zo’n situatie heb zelfs ik smaak in wat leedvermaak. Een telefoonnummer voor de ruit was intelligenter geweest.


Toen ik een half uur later de tuin van mijn vrienden instapte besefte ik dat het geduld dat ik had moeten opbrengen nog niets was in vergelijking met het lawaai dat me te wachten stond. Dat kinderen lawaai moeten kunnen maken staat in elk gevulgariseerd naslagwerk met pedagogische inslag. En niemand hoeft problemen te hebben met kinderen die roepen, tieren, lachen, huilen, zingen of springen, een uur lang op blik trommelen of de terrastafel met messen patineren. Maar ook iedereen heeft het recht er af en toe niet tegen te kunnen. Gelukkig duurde die auditieve kwelling voor mij een paar uur minder. En alleen maar omdat ik tegen alle verwachtingen in, geduldig op het wegslepen van een auto heb gewacht.

Roel Verschueren, Wenen 13 juli 2009

terugcolumns.html