Het verdriet van de geëmancipeerde man


Ik heb nogal wat 'nieuwe' vrienden sinds ik vijf jaar geleden naar Wenen ben verhuisd. Heel wat mannen die nu veertig zijn en redelijk laat in hun leven aan een gezin zijn begonnen. Eerst gestudeerd en genoten, dan gewerkt en genoten ondertussen verliefd en genoten, dan weer single en opnieuw genoten, en dan de ware en pats... de kinderwens is daar en wordt vervuld met de vrouw van hun leven.


Ik moet dan altijd even slikken - ik ben zo'n vijftien jaar ouder - omdat ik weet wat hen te wachten staat als jonge vaders in de eerste decade van de eenentwintigste eeuw.


Zoals Mark. Mark is een moderne man. Misschien behoort hij eerder tot de categorie "nieuwe man", ik kan het niet precies zeggen, hij weet het eigenlijk zelf ook niet zo goed meer. Want sommige van zijn vrienden bestempelen hem ook als een geëmancipeerde man, een zelfs "ge-evrouwcipeerde" man want die predikt dat het feit dat het woord "man" erin voorkomt als uiterst discriminerend moet worden beschouwd. En die preek duurt niet zo maar een paar minuten, die loopt als een oneindige tape en al zolang ik hem probeer te vermijden.


Mark heeft een voltijdse baan, staat meestal met de kinderen op, wast en kleedt hen en brengt ze elke morgen 20 kilometer van huis en werk naar de kindertuin. Een paar maal in de week kookt hij 's avonds, hij brengt het hele weekend in zijn gezin door, gaat elke woensdag kletteren met de oudste en als het werk en het weer meezit, haalt hij ze soms vroeger af en neemt ze mee naar de oude Donau om te zwemmen.


Hij ruimt regelmatig de keuken op, onderhoudt de tuin - samen met de kinderen - en hij houdt van zijn vrouw en Lucy houdt van hem.

Als hij met de kinderen speelt hangt hij niet aan de telefoon, doet hij niet gelijktijdig de was, of zit hij niet in een tuinstoel met een vriend te praten... nee, hij is er dan 200% met zijn gedachten bij.

Hij doet de huishoudelijke inkopen in de supermarkt in de helft van de tijd die anderen daarvoor nodig hebben, zeker in vergelijking met Lucy, want als die al een lijstje heeft gemaakt dan is dat steevast thuis vergeten, en zij neemt telefoontjes aan terwijl ze voor het diepvriesvak overlegt wat nog op het lijstje had kunnen staan.

Lucy kan als zelfstandige werken van zodra Mark met de kinderen de deur uit is tot zij ze gaat afhalen in de kindertuin om 4 uur. En ja, ze is een liefhebbende en perfecte moeder, en doet alles in het huishouden, maar toch...


Hoewel Lucy en Mark van elkaar houden, breekt om de zoveel tijd dezelfde heftige discussie los. Lucy vindt dat ze van Mark te weinig waardering krijgt voor haar rol in het huishouden, en Mark vindt dat hij meer dan zijn deel van het werk overneemt.


Wat Mark en Lucy nog moeten leren is ophouden te vergelijken.

Want wanneer doet een moderne, nieuwe en geëmancipeerde man genoeg? Als hij precies 50% overneemt van wat vroeger meestal alleen door de vrouw werd gedragen? (En dat is niet langer dan een halve generatie geleden).


Is dat het criterium? Gaat het alleen maar over de herverdeling van de huishoudelijke taken? Elk evenveel wasmachines vullen, vaatwasmachines ledigen, supermarkt rondjes maken, keuken opruimen, kamers opmaken, ritjes naar kletteren, kindertuin of ballet?


Of gaat het over iets anders?


Gaat het misschien niet eerder over de intensiteit waarmee elkeen de dingen doet, over kwaliteit, energie, frequentie, overgave, toewijding, praattijd, voorleestijd...?

Gaat het misschien niet over het herkennen en erkennen van de specifieke ouderlijke kwaliteiten die per definitie eerder complementair dan gelijk zouden moeten zijn?


Er liep eind de jaren negentig een campagne in Oostenrijk die als doel had ouders te stimuleren om meer kinderen te krijgen (kwestie van de pensioenen te kunnen betalen en het geld voor het kerklidmaatschap te kunnen blijven innen).


Helga Konrad, toenmalige minister voor vrouwenaangelegenheden (een minister voor mannenaangelegenheden hebben we blijkbaar niet nodig), bedacht er de slogan voor:


                                "Volwaardige mannen gaan voor 50/50"


De campagne was - net als haar carrière van minister trouwens - een kort leven beschoren.

Ze had niet begrepen dat partners zelf tot een aanvaardbare consensus moeten komen waarbij 50/50 het meest desastreuze dogma is dat - ook vandaag - een leefbare harmonie tussen die partners onmogelijk maakt.


Zo lang de discussie binnen een koppel zich toespitst op de kwantificering van het huishoudelijk werk dat elke partner per week voor zijn rekening neemt, zolang het gaat over wie het meest heeft gepresteerd, de meeste kilo's was heeft opgehangen of de meeste maaltijden heeft bereid, zullen zowel de vrouwen van de 'nieuwe mannen' als de 'nieuwe mannen' zelf onvoldaan, gefrustreerd en verslagen achterblijven.


Mark is een nieuwe man. Geen halve moeder maar een volle vader. Geen halve vrouw bij de haard maar een volwaardige partner in ALLES waar het in het gezin om draait.


Oude regels passen niet in nieuwe concepten. Het gaat niet over de herverdeling van de 'moedertaken', maar over de herverdeling van alle taken, ook de typisch mannelijke.

En daar kunnen sommige geëmancipeerde vrouwen even bij stilstaan want het vermijdt de terugkerende discussies en draagt bij tot het algehele welbehagen van het gezin.


"Het wordt zeker beter, maar nooit meer zoals voorheen," is een uitspraak van Mark die ik graag zou counteren. Met de hulp van alle vrouwen ter wereld, ook die in Oostenrijk.


Roel Verschueren, Wenen 25 juni 2009