Honger



“Hunger” zegt hij en hij wijst gretig naar de koekjestrommel, zo’n twee meter hoger op een rek in de keuken.

“David, het eten is binnen tien minuten klaar, je krijgt nu geen koekje.”

“Hunger” herhaalt hij en kijkt me aan met die ogen die ik als vader niet kan weerstaan. Ik hou me in, en probeer hem niet uit te leggen dat 'honger' iets anders is dan datgene wat hij wilt. Timing is alles.

Ik kijk of in de gang naast de keuken iemand bezwaar zou hebben dat ik mijn zoon van 20 maanden een snoepje geef voor het avondeten klaar is. De kust is veilig. Ik neem de koekjestrommel van het hoogste rek, haal het deksel eraf en ga zitten op de vloer, rug tegen de afwasmachine. Hij waggelt drie pamperstapjes in mijn richting, zoekt zijn zitje op mijn dij en wacht geduldig. Hij kan kiezen en neemt de tijd. Hij strijkt met zijn vingertje over het aanbod, raakt een met suiker bedekt vierkant koekje aan en streelt nog een paar andere. Eentje met chocoladebrokjes en eentje in de vorm van een hart.

“Eentje” zeg ik.

“Ja” antwoordt hij. Ik had evengoed kunnen zeggen dat de Eifeltoren was ontploft.

Hij neemt het suikerkoekje, geeft me zijn tutje en knabbelt met konijnentandjes aan de rand van zijn geluk. Hij laat zich zachtjes achterovervallen, leunt met zijn warme lichaam tegen mij, en vergeet de wereld.

“Auto” zegt hij. Ik raap zijn kleine rode tractor van de vloer en geef het in zijn andere hand.

“Vliegtuig” Ook het uit Zaventem meegebrachte KLM vliegtuigje stop ik in zijn hand. Hij kijkt naar mij. Ik kijk naar hem. Hij lacht. Ik smelt. Mannen ondereen, op de koude keukenvloer.

 

Roel Verschueren, Wenen 29 september 2009

terugcolumns.html