Jezuïetenpater Klaus Mertes over de weerstand tegen ‘verwerking’ van seksueel misbruik, de strijd om hervorming en het komende pausbezoek in Duitsland.


Maandag 25 juli 2011

December 2009, Berlijn. Pater Klaus Mertes, hoofd van het Canisiuscollege, zit achter zijn bureau en schrijft de laatste zin van een brief. Hij heeft er in zijn leven veel geschreven, maar waarschijnlijk nooit een met dezelfde inhoudelijke draagkracht van wat nu, in het schemerlicht van zijn kamer, op zijn computerscherm te lezen staat. Het is kort na Nieuwjaar, de school is nog leeg, mensen zijn thuis met hun gezin en vieren na.

Het waren geen vrolijke kerst- en nieuwjaarsdagen die Mertes heeft doorgemaakt. Klaus Mertes, sinds 1977 toegetreden tot de orde van jezuïeten, in 1986 tot priester gewijd, sinds 2000 hoofd van het college, weet wat hij doet en was nooit méér overtuigd van het belang van wat hij de printer opdroeg uit te spuwen en van wat de komende dagen nog verzonden zou worden naar alle afgestudeerden van zijn jezuïetencollege uit de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Tijdens de jaarwisseling zijn meerdere oud-leerlingen van de school naar hem toe gestapt en hebben verklaringen afgelegd waarvan de impact hem volledig van de kaart heeft gebracht.

Hij beslist zijn oud-leerlingen in een brief te informeren over priesters die scholieren seksueel hebben misbruikt en schrijft dat hij vermoedt dat er nog meer slachtoffers zijn dan tot op vandaag bekend. Twee leraren zouden meer dan vijftig kinderen misbruikt hebben en daarom vraagt hij in zijn brief aan zeshonderd mannen die in die jaren aan het college studeerden dat mogelijke andere slachtoffers zich kenbaar zouden maken. De priester en schooldirecteur start – zonder het zelf volledig te beseffen – wat in Duitsland ondertussen de ‘misbruikaffaire’ wordt genoemd.”

(uit “Morgen is van mij, een antwoord op seksueel misbruik in de kerk”)


(bewerking van het Der Spiegel-interview van 25 juli 2011 - © Roel Verschueren)


Op de vraag of de Katholieke kerk hoe dan ook iets geleerd heeft uit het schandaal dat hij op gang heeft gebracht, antwoordt hij: “Ik kan u slechts vertellen over wat IK geleerd heb. Ik zal in de toekomst veel sneller en offensiever reageren.” En of het gesprek over misbruik met mensen uit de kerk nu makkelijker gaat als vroeger? “Met enkelen lukt dat, met te velen echter nog altijd niet. We hebben seksueel geweld geminimaliseerd en er te lang erover gezwegen. Het is dank zij de slachtoffers, die begin 2010 kwamen aankloppen, dat ik begrepen heb dat daders hun misdaden systematisch plannen. Dat zwijgen in een groep en in een school zoals een spiraal werkt: zwijgen over het misbruik en zwijgen over het zwijgen. Binnen de relatie tussen dader en slachtoffer werkt dat als een soort sekte, waarvan de symptomen in de sociale omgeving over het hoofd worden gezien, of worden gerelativeerd. Omdat de jongeren zwijgen uit angst. Omdat ze die bijzondere nabijheid tot de dader en het wij-gevoel van de groep niet willen verliezen. Er steekt een waanzinnige ambivalentie achter elk misbruik. Er is hoofdzakelijke de wens niet uitgesloten te worden, omdat de samenhorigheid van de groep als iets bijzonder wordt ervaren, spijts de ongelooflijke leed.”


Mertes praat zeer zakelijk. Hij verklaart waarom. “Toen ik in 2006 de eerste brief ontving, waarin het misbruik van een andere priester aan het Canisiuscollege werd beschreven, was ik helemaal van mijn stuk. Ik had slapeloze nachten en constant deze beelden in mijn hoofd die me in mijn dromen achtervolgden: kinderen die naakt en soms twee uren lang gekweld werden, met tapijtkloppers, zwepen en riemen.”


Voor het feit dat de Katholiek kerk nooit de indruk gegeven heeft dat ze al die zaken wou openbaar maken, verklaren, uitleggen, heeft hij zijn eigen verklaring: “Ik ben ook steeds voorzichtig geweest om mezelf als iemand te zien die de dingen nu eens kan uitleggen. Ik weet welke onmenselijk weg men moet afleggen vooraleer men het zwijgen doorbreekt. Ik heb dat punt pas bereikt in januari 2010, na een gesprek met drie slachtoffers. Een van de voor mij meest ontroerende momenten was drie maanden later, toen ik de slachtoffers heb ontmoet. Daar zaten 40 volwassen mannen voor mij, sommigen met hun vrouw of partner en begonnen gewoonweg te vertellen wat met hen was gebeurd. Het was een onuitstaanbare pijn dat alles te moeten aanhoren. Ik zat constant met een krop in de keel, tranen in de ogen, op een bepaald moment vertelde iemand dat zijn dader het misbruik in verband bracht met de zegen: ‘Je bent het door God meest geliefde kind’. Dat komt hard aan.”


Of de 5000 euro die zowel de Jezuïeten als de bischoppenconferentie de slachtoffers aangeboden hebben niet een miezerig bedrag is voor het opgelopen trauma, stelt Mertes: “Het gaat om een signaal, een geste, dat we het niet alleen maar bij een verontschuldiging laten. Wij Jezuïeten hebben bewust voor een forfaitair bedrag gekozen, omdat we als vertegenwoordigers van de daders niet in de rol van rechters willen vervallen. Vele slachtoffers vinden die som ongepast, daar moet ik door.”


Van de tweehonderd slachtoffers van het Canisius Jezuiëtencollege  hebben er vierenvijftig een aanvraag voor schadevergoeding ingediend. Dertig werden ondertussen betaald, de onderhandelingen lopen verder. Waarom niet meer geboden wordt? “We hebben het basisbedrag in overleg met de Oostenrijkse bisschoppenconferentie bepaald. In sommige gevallen betalen we nog extra voor therapie of nodige steun.”


Op de vraag of daardoor voor hem het misbruikschandaal is opgelost, antwoord Mertes voorzichtig: “We zijn enkele stappen verder maar nog lang niet aan het einde. De vraag wat we bij onszelf moeten veranderen om beter te luisteren en of we er hoe dan ook klaar voor zijn om in de toekomst beter te luisteren naar het slachtoffer blijft nog open. Er zijn te veel vragen die nog altijd taboe blijven, praktische problemen die onbespreekbaar blijven. Dat hij ondertussen als nestbevuiler wordt bestempeld wilt hij niet aanvaarden. “Ik ben geen nestbevuiler, ik maak er mensen attent op wat mijn ervaring is met misbruik in de kerk. Wij moeten de dingen uitklaren: hoe komt het tot misbruik, dat is de beslissende vraag die slachtoffers zich stellen.”


Mertes wordt door katholieken uitgemaakt, krijgt haatmails en haatbrieven. Hem wordt daarin steeds opnieuw een gebrek aan loyaliteit verweten, dat hij de kerk wil splijten. “Een kardinaal heeft zelfs voorgesteld me uit de kerk te smijten. Daar kan ik mee leven. Ik vind het erger dat delen van de hiërarchie zich door dit soort mensen laat beïnvloeden, uit angst zelf uitgemaakt te worden. Er heerst een sterk opportunisme binnen de kerk tegenover een minderheid in haar rangen.”


Mertes spreekt over “Dunkelkatholiken”, een onvertaalbaar neologisme dat iedereen begrijpt. Hij heeft het over mensen die elke kritiek als onloyaal bestempelen, die mensen die zich vragen stellen desavoueren met ‘donkere’ verdachtmakingen. Ze denken in vakjes. Het echt verontrustende is dat in Rome al diegenen die zo reageren beschut worden. Hij verwacht van het geplande pausbezoek aan Duitsland in september niet veel. Hij wenst dat de paus op de Duitse kerk zou toestappen, luisteren. Maar dat zit er bij deze paus niet in. Hij hangt nog altijd aan de oude macht vast, luisteren naar de basis die verandering wilt, het zwijgen doorbreken, daarvoor is het wachten op een nieuwe paus.


Hij ervaart bij vele katholieken een soort moeheid, omdat ze op blinde muren botsen, op zwijgen stoten als ze willen praten en de brutale machtspelletjes niet meer begrijpen. Sinds 1990 zijn ongeveer 2,6 miljoen katholieken uit de kerk gestapt in Duitsland, alleen vorig jaar al 180.000.

Niet te verwonderen als vandaag nog een priester in een parochie in een West-Duits bisdom over geweld predikt en dat ‘het natuurlijk ook wel zo is dat vrouwen mannen verleiden’. Toen nogal wat gelovigen de kerk verlieten riep hij hen na: “Ga rustig naar buiten, daar wacht de duivel u op!”


Roel Verschueren, Wenen, 1 augustus 2011

voor KLOKK

 

•     home         auteur         boeken         columns         kolumnen deutsch         contact     •